Elbow

Elbow is een muziekgroep uit Manchester, bestaande uit zanger Guy Garvey, pianist Craig Potter, bassist Pete Turner, drummer Richard Jupp en gitarist Mark Potter. De groep werd opgericht in 1991. In 2001 werd hun eerste album uitgebracht en in 2003 hun tweede, dat zeer goed werd ontvangen. De muziek van Elbow bestaat uit goed gefundeerde muzikale landschappen met daar overheen de dragende stem van de zanger Guy Garvey. In 2008 kreeg Elbow de Mercury Music Prize voor hun album The Seldom Seen Kid en in februari 2009 de Brit Award voor de beste Britse band. Over de opvolger Build a Rocket Boys schrijft Humo de volgende lofzang:
“‘Looking back is for the birds’ zingt Guy Garvey vol overgave op ‘Build a Rocket Boys!’. Voortaan mag u hem aanspreken met Mr. Dunnock (Engels voor heggenmus, zijn lievelingsvogel), want terugkijken is precies wat hij doet op de vijfde van Elbow, een plaat die vaart op nostalgie. Maar het wordt nimmer larmoyant, zelfs niet als hij in ‘Open Arms’ opwerpt: ‘The man you are will know the boy you were’. Of als hij, geïnspireerd door zijn dagen als hangjongere in het grijze Manchester van de jaren tachtig, een warm pleidooi houdt voor jeugdig nietsdoen (‘Lippy Kids’ ).
Elbow is met zijn vorige, ‘The Seldom Seen Kid’ uit 2008, dan wel doorgestoten naar de commerciële top in Europa, het kwintet blijft koppig zijn eigen weg gaan.
Zo bloeit opener ‘The Birds’ (acht minuten, en geen seconde te lang) pas na vijf minuten in al zijn orkestrale schoonheid op; de lange aanloop is opvallend stil gemastered, waardoor je de volumeknop naar rechts gooit – tót je ‘m bij die uitbarsting weer naar links moet draaien. Héérlijk vinden wij dat. Aan het einde van de plaat krijgt de song een korte reprise, gezongen, neen, gebromd door ene John Moseley. Een Elbow-plaat is niet compleet zonder koor, en dus geeft The Hallé Youth Choir geregeld vocale steun -zoals in het afsluitende ‘Dear Friends’, naar goeie Elbow-traditie een onvergetelijke envoi – en een paar keer mag het zelfs prominent opdraven.
Daar vloeien enkele toppers uit voort: ‘The River’, met voorts alleen een uitgeleefde piano, steunt op de contrastwerking tussen de weifelende Garvey en het troostende koor; en ‘With Love’, dat swingt zoals Elbow zelden geswingd heeft: als Manchestergospel nog niet bestaat, is het genre bij dezen uitgevonden. Maar helaas ook één (let wel: naar Elbow-maatstaven) minder nummer: het iets te temerige ‘ Open Arms’. Zoals ‘The River’ is ook ‘Jesus Is a Rochdale Girl’ van alle liflafjes ontdaan: een fluisterstem, een basdrum, een akoestische gitaar en een verdwaald keyboard volstaan om uit te groeien tot één van de aangrijpendste liedjes uit het zo al met gulden randen afgezette Elbow-songbook.
Het belooft meteen het beste voor wanneer deze groep ooit de aangekondigde koerswijzing à la Talk Talk inzet. Maar nu we dat schrijven: het minimalisme van het galmende ‘The Night Will Always Win’ is ons toch een tikkeltje te leeg (ook hier: honderden bands zouden er een moord voor plegen). De hoekige songs waarzonder een Elbow-plaat evenmin compleet is (zie ook ‘Grounds for Divorice’ op ‘The Seldom Seen Kid’ en ‘Snooks (Progress Report)’ op ‘Cast of Thousands’) zijn de bluesmutant ‘Neat Little Rows’ en het – ondanks strijkers en een zachtjes opkringelende pianomelodie – grofkorrelige ‘High Ideals’ .
Je kan er je oren aan openhalen, en toch warmen ze je ziel op: een paradox die weinig andere bands zo goed kunnen verklanken. Na ‘Build a Rocket Boys!’ weten wij het wel zeker: Jezus is een bariton met een dikke buik, een baard en borstelige wenkbrauwen”
In 2014 is Elbow na een sabbatical terug met The Take Off And Landing of Everything. HUMO is hier iets gereserveerder in haar commentaar: “Het heeft Elbow altijd gesierd dat ze op hun platen nooit voor minder dan geniaal proberen te gaan, ook al lopen ze daarmee het risico plat op de bek te vallen. Met ‘The Take Off and Landing of Everything’ hebben ze voor het eerst een uitzondering op die regel afgeleverd.
De plaat is nochtans over de hele lijn typisch Elbow. De pompeuze absurditeit van de titel. Het schipperen tussen zacht sluimerende subtiliteit en zware uithalen. De trage opbouw: zeven van de tien songs gaan over de vijf minuten. Het verschil: op oudere platen als ‘The Leaders of the Free World’ en ‘Build a Rocket Boys!’ mondden die lange nummers uit in een stuk of wat orgastische climaxen; nu is het vaak wachten op een trein die nooit komt.
Misschien is het allemaal té typisch? Plots bekruipt je – voor het eerst bij een Elbow-plaat – de indruk het allemaal al eens gehoord te hebben. Verrassing noch verwondering, ook niet in milde experimenten als ‘Real Life’ en ‘Colour Fields’.
Slechte of ondermaatse songs zijn er nochtans niet bij. ‘Fly Boy Blue’ is een goed, jazzy nummer. ‘My Sad Captains’, dat in de Britse pers met ‘Grounds for Divorce’ wordt vergeleken – omdat ze íéts moeten zeggen – is een trage maar dwingende ­gospel-klaagzang. ‘New York Morning’, dat u al kent, is het meest epische wat er te rapen valt. Maar songs die je ruw bij de jaskraag grijpen, die je ziel aan de wasdraad hangen, die je tranen van geluk en zuchten van nostalgie ontlokken, die je naar je vrouw doen kijken op een manier die je al niet meer overkomen is sinds ze nog je meisje was, en die je finaal verweesd en met een debiele grijns op de lippen achterlaten: niet één. Dat was bij de twaalfde beluistering niet anders dan bij de eerste.
Guy Garvey haalde zijn inspiratie voor het eerst in Brooklyn, New York, en het doet vermoeden dat hij daar alleen beland is omdat hij de weg kwijt was. ‘The Take Off’ is een mooie, maar al te kabbelende, stuurloze collectie songs. Was dit een Two Door Cinema Club-plaat, we hadden het mogelijk op een beschaafd jubelen gezet. Bij Elbow is het een teleurstelling. Voor zoveel verschillende maten en gewichten draaien wij onze hand niet om.

2016: Little Fictions
Op hun zesde plaat sloeg Elbow voorzichtig aan het experimenteren. Daarna proefde frontman Guy Garvey met ‘Courting the Squall’ voor het eerst van het solomoment. En vorig jaar zag de band ook nog één van zijn stichtende leden vertrekken. Voeg dat allemaal samen, en wij hadden van ‘Little Fictions’ eens something completely different verwacht. Maar zo zijn Manchester’s ugliest blijkbaar niet getrouwd. ‘Little Fictions’ is hoogst orthodoxe Elbow, bevat geen spat nieuwe wijn van die oude zakken, maar toch verleidt de plaat waar u glarieogend bijstaat. Mooi! (Humo intro)

Discografie
Asleep in the Back (2001)
Cast of Thousands (2003)
Leaders of the Free World (2005)
The seldom seen Kid (2008)
Build a Rocket Boys! (2011)
Dead In The Boot (2012)
The Take Off And Landing of Everything (2014)
Little Fictions (2016)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *